Rust heeft een verscheidenheid aan datatypes die u bekend zullen voorkomen:
booleaanse variabele - bool om waar en onwaar te vertegenwoordigen
ongesigneerde gehele getallen - u8 u16 u32 u64 u128 om natuurlijke getallen voor te stellen
getallen met teken - i8 i16 i32 i64 i128 om gehele getallen voor te stellen
gehele getallen van de grootte van een pointer - usize isize om indexen
en geheugengrootte voor te stellen
komma getallen - f32 f64 om reële getallen voor te stellen
tupel - (waarde, waarde, ...) voor het doorgeven van vaste sequenties van waarden op de stack
array - [waarde, waarde, ...] een verzameling van elementen van hetzelfde type; de grootte van de verzameling is vast en wordt alleen bij compilatie bekend.
slice - een deel van een verzameling elementen van hetzelfde type; de grootte van het deel wordt pas tijdens de uitvoering bekend
str (reeks van tekens) - tekst van bekende lengte tijdens uitvoering
De syntaxis kan complexer zijn in Rust in vergelijking met andere programmeertalen waaraan u gewend bent;
gezien het feit dat Rust een systeemprogrammeertaal is, geeft het om geheugenkwesties waar u mogelijk
niet aan gewend bent. We zullen hier later dieper op ingaan.
Numerieke types kunnen expliciet worden gespecificeerd door het type aan het einde van het nummer toe te voegen (bijv. 13u32, 2u8).