De .-operator wordt gebruikt om velden en methoden van een referentie te benaderen. Het werkt iets subtieler.
let f = Foo { value: 42 };
let ref_ref_ref_f = &&&f;
println!("{}", ref_ref_ref_f.value);
Wauw, waarom hoefden we geen *** toe te voegen vóór ref_ref_ref_f? Dit komt doordat de .-operator automatisch een keten van referenties dereferentieert. Die laatste regel wordt automatisch door de compiler omgezet in het volgende:
println!("{}", (***ref_ref_ref_f).value);